woensdag 3 juli 2013

Bruiloft aan zee, Abdelkader Benali

Over de auteur:
Abdelkader Benali is in 1975 geboren in Marokko. Hij is toen op de jonge leeftijd van vier naar Nederland verhuisd, en is in Rotterdam opgegroeid. Op éénentwintig  jarige leeftijd heeft hij zijn debuut roman geschreven "Bruiloft aan zee". Hij werd in 1997 genomineerd voor de Libris literatuur prijs, die hij niet dat jaar maar zes jaar later won voor zijn roman "De lang verwachte". Voor "Bruiloft aan zee" kreeg hij wel de Franse prijs Prix de Meilleur Premier Roman Etranger in 1999 voor beste debuut. Benali heeft vele verschillende boeken geschreven, toneelstukken, gedichten, hommages en twee boeken onder pseudoniem. Benali verschijnt ook nog wel eens op de televisie in de programma's "Wereldkampioen van Afrika", "De Schrijver en de Stad" en "Benali Boekt".
Voor meer informatie lees zijn biografie of kijk dit interview over hem:

Plot:
Het verhaal gaat over Lamarat die zijn oom moet vinden. Hij komt onder weg alles te weten over de geschiedenis van zijn familie.
De oom, Mosa, gaat met de zus, Rebekka, van Lamarat trouwen. Maar Mosa vlucht weg om nog één laatste keer bij de meisjes van plezier langs te gaan. Lamarat ontdekt dat zijn oom weg is en gaat hem achterna. Hij vindt hem en neemt hem mee naar het strand. Waar hij zijn zus tegemoet komt. Rebekka, verdoofd door woede, knipt een deel van het geslachtsdeel van Mosa af. De familie komt later, ziet het bloed en geloofd dat ze net te laat zijn voor het huwelijk dat daar al is vertrokken.
Ik vind het gehele verhaal wel interessant maar ik vond dat Lamarat wel wat meer over zijn leven had mogen vertellen want dat was een beetje saai.
Wil je meer weten over het plot?

Thema:
Het hoofd thema is de Marokkaanse cultuur en het respect voor vrouwen.
Marokkaanse cultuur: je ziet in het boek heel goed hoe een bruiloft verloopt in de Islamitische cultuur. Ik vond dit een interessant thema omdat ik daar niks van wist en heb er veel over geleerd terwijl ik het boek las.

Recensie:
Weet je niet zeker of je het boek of de schrijver wel interessant genoeg vindt lees dan deze recensie (08-10-2012).

Personages:
Lamarat: Een Marokkaanse jongen die opgroeit in Nederland. Je leert hem in het boek goed kennen omdat hij de hoofdpersoon is. Hij begint in het boek best verlegen maar terwijl hij met Chalid praat wordt hij steeds meer open en verteld hij meer over zijn verleden. Ik vind dat hij meer spannende dingen had kunnen vertellen over zijn leven.
Chalid-Blik-op-de-Weg: een sympathieke taxichauffeur, die graag zijn passagiers wil vermaken. Hij is nieuwsgierig maar niet te opdringerig want de meeste passagiers vertellen hem wel wat er aan de hand is.
Mosa: Een vieze en gemene man die al van jongs af aan naar prostituees gaat. Hij laat zelfs zijn eigen bruid staan om nog een keer te gaan. Mijn mening is dat hij verkeerd heeft gehandeld door dit te doen.
Rebekka: Ook al gaat de plot over haar wordt ze niet zo goed omschreven. Mijn persoonlijk mening is dat ze te grof heeft gehandeld op het eind. Ik vind het overdreven dat ze een deel van Mosa’s geslachtsdeel afknipt.
De vader van Lamarat en Rebekka: Een slimme man die het geluk achterna is gegaan in Nederland. Hij is eerlijk omdat hij zijn cultuur volgt en zijn dochter met zijn broer laat trouwen. Toch had hij misschien terug moeten gaan om met zijn broer en dorps genoten te praten en onderzoeken hoe het nu met Mosa gaat.
Moeder van Lamarat en Rebekka: Een mooie maar luie vrouw. Ze wordt in het begin van het boek omschreven als de toekomstige moeder. Ik vond dat vervelend lezen omdat al verklapt wordt  dat ze met “die later vader zal zijn” gaat trouwen.

Mening:
Ik vond het een goed boek. Het begin was lastig om door te komen maar toen het verhaal eindelijk begon werd het leuk. Ik vond het een leuke plot en boeiende personages. Mijn cijfer voor het boek is een 8.

De donkere kamer van Damokles, Willem Frederik Hermans


Bladzijdes 334
Uitgever Nederland Leest

Vooraf: Schrijf een stukje van ongeveer 10 zinnen waarin je vertelt waar volgens jou De donkere kamer van Damokles over gaat. Let op: Ga niet eerst informatie zoeken over het boek! Zet je stuk op je weblog.


De donkere kamer van Damokles is in 1958 geschreven door Willem Frederik Hermans. Hij is een van de meest gevreesde schrijvers van de Nederlandse literatuur. In het boek "De donkere kamer van Damokles" laat Hermans zien dat de mens probeert om greep op de wereld te krijgen. De personages zien en horen niet wat er werkelijk gebeurt. De personages raken vaak verstrikt in de chaotische werkelijkheid die schuil gaat onder een schijnbare orde. Het verhaal is ogenschijnlijk realistisch. Hierdoor wordt je als lezer mee gezogen in Hermans' wonderlijke en sadistische universum, waarin de mens er niet al te best van af komt.


Zoek informatie over de schrijver Willem Frederik Hermans. Kijk maar eens op: http://www.willemfredenrikhermans.nl. Zet alle bruikbare en interessante informatie op je weblog, let op de bronvermelding. Minimaal één A4.


Willem Frederik Hermans is geboren in 1921 en overleden in 1995. Veel mensen vinden hem een van de belangrijkste Nederlandstalige schrijvers uit de twintigste eeuw. Hij is geboren in een Amsterdams gezin.
Veel van zijn boeken gaan over de Tweede Wereld Oorlog, een reden daarvoor kan zijn dat zijn zus en neef zelfmoord hebben gepleegd naar aanleiding van de inval van de Duitsers in 1940.
Hij schreef in 1947 zijn eerste roman zonder pseudoniem: Conserve.
In 1950  trouwde hij met Emmy Meurs en zij kregen één kind.
Na het gymnasium en een studie fysische geografie aan de universiteit van Amsterdam promoveerde hij in 1955 en was hij lector in Groningen.
In 1973 verliet hij Nederland en vertrok naar Parijs waar hij zich focusde op het schrijversvak. Hij schreef romans zoals De god Denkbaar-Denkbaar de God (1956) en Au pair; novelles onder andere Het behouden huis (1951) en Homme’s hoest; verhalen, gedichten, toneelstukken waaronder Drie drama’s (1966) en Periander (1974), essays onder meer Ik draag geen helm met vederbos (1979) en Wittgenstein (1990) en vertalingen.
Hij won vele prijzen waaronder de Prijs der Nederlandse Letteren (1977). De P.C. Hooftprijs accepteerde hij echter niet.
Hij publiceerde kort na de Tweede Wereld Oorlog poëzie Horror coeli en verhalen Moedwil en misverstand.
Nationale erkenning bracht de roman De donkere kamer van Damokles, waarin de hoofdpersoon in uiterlijk zijn evenbeeld vindt, maar psychologisch zijn ze tegenpolen. De reden om dit te schrijven is misschien dat Hermans zelf een alter ego had en hij dat wilde uiten.
De reden dat Hermans zo een geweldig schrijver is is onder meer omdat hij een groot oeuvre heeft en omdat hij een eigen genre reactiveerde, namelijk de novelle. Met name Het behouden huis (1951) past perfect in dat genre.


Bronnen:         www.wikipedia.nl,


Maak een (serie) foto’s waarmee je reageert op De donkere kamer van Damokles. Schrijf een toelichting (van maximaal een halve A4) waarin je uitlegt waarom deze foto’s aansluiten bij het boek en/of bij de genoemde thema’s: Illusie en werkelijkheid, oorlog, goed en fout, verzet en collaboratie, dubbelganger, held, inspirator.



Foto van Ossewoud die kijkt naar sigaar winkel:
Van deze foto heb ik niets zelf gefotografeerd maat wel alles bewerkt. Het laat zien de sigarenwinkel waar Ossewoud is opgegroeid en toen is gaan werken na dat hij met zijn nicht Ria was getrouwd. Hij keert hier meerdere keren in het boek weer terug.


Foto met de spiegel:
Ik vind dit zelf een hele mooie foto met veel symbolisme. Je ziet de schaduw van Henri Ossewoud uit de film Als twee druppels water die kijkt naar een gebroken spiegel op de grond.
De spiegel is bedoeld als symbool, maar een heel dubbelzinnig symbool. Het zou kunnen staat voor het leven van Henri, breekbaar en gebaseerd om zijn evenbeeld (Dorbeck) trots te maken. Maar aan het eind van het boek zijn we er nog steeds niet achter of Dorbeck wel echt bestaat, hij zou de alter ego van Ossewoud kunnen zijn, net zo als Hermans een alter ego had.
De spiegel zou ook een confrontatie kunnen zijn, want Ossewoud weet van zichzelf dat hij niet mooi is, lelijk zelfs. Ossewoud zou de spiegel kapot gegooid kunnen hebben,
Maar de moeder van Ossewoud zou dat ook hebben kunnen doen, alleen niet omdat ze zich zelf lelijk vindt maar meer omdat ze psychisch gestoord is. Net zo als ze haar man vermoord heeft.


Foto met rood licht:
Je ziet weer de schaduw van Ossewoud uit de film Als twee druppels water maar nu kijkt die naar foto’s die worden afgedrukt met rood licht. Deze foto is minder symbolisch en gaat over hoe Ossewoud zijn held heeft ontmoet. Hij moest een paar foto’s printen voor Dorbeck maar dat was mislukt, dus ging hij zelf foto’s maken en kocht daar voor een camera. Die camera heeft hem een hele tijd achtervolgd en is een aantal keer terug gekomen in het boek.


Foto met twee mensen in de auto:
Dit is een foto uit de film Als twee druppels water, en die heb ik bewerkt. Ik vond dat er een foto moest zijn met Ossewoud en zijn evenbeeld. Helaas kon ik niemand vinden die volwassen was, zonder baard en lelijk (of iemand die met die uitleg op de foto wilde). Ik vind dit een mooie foto want de kijker word niet afgeleid door andere dingen. De focus licht echt op de ontmoeting tussen Ossewoud en Dorbeck.
Het was voor de film producenten een heel gedoe om de zelfde persoon twee keer op camera te krijgen maar dat hebben ze gedaan door een papiertje op de lens te plakken waar door de helft van het beeld weg viel.


Foto met geweer in de hand:
Op de foto is te zien een hand die een geweer vast houdt. Ik heb deze foto van het internet, maar alweer heb ik hem zelf bewerkt. Ook het geweer komt herhaaldelijk terug naar Ossewoud omdat hij het steeds weer bij andere mensen achterlaat maar vaak geeft Dorbeck het dan weer terug. Ik vind dat deze foto, ondanks dat er niet veel opstaat, toch een spanning opbouwt.


Foto collage:
Ik heb in al mijn foto’s bewust Ossewoud in terug gebracht omdat het hele verhaal om hem draait, en alles wat wij weten is ook wat hij weet, ik vond dus dat de foto’s uit het perspectief van Ossewoud gezien moesten worden. Ik heb ook geprobeerd alle foto’s zwart-wit te maken allen met de foto in het rood, ging het allemaal om de kleur.

 

Op p. 319 staat een motto van de filosoof Ludwig Wittgenstein. Leg in eigen woorden uit waarom dit motto goed bij het boek en het thema past.


Het motto is:

‘Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is.
Men zou kunnen willen zeggen: “Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.”
- Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.’

Ik denk dat Wittgenstein de relatie tussen Dorbeck en Ossewoud bedoelt, hij bedoelt een alter ego. Hij bedoelt dat ze soms zomaar komen en dat hij er wel van af zou willen als hij er niet is maar dan kan het niet (regel 1). Met “Men zou kunnen willen zeggen:” begrijp ik dat Wittgenstein vindt dat andere mensen hem niet begrijpen, dat ze zeggen “dan doe je toch gewoon dát” maar dat lukt hem niet en dat begrijpen alleen mensen die zelf ook alter ego’s hebben. Alhoewel ik de derde regel niet helemaal begrijp zal ik hem toch proberen te interpreteren, ik denk dat Wittgenstein denkt dat iedereen een alter-ego heeft maar dat niet iedereen hem kan vinden of kan uiten.

Verklaar de titel van het boek in eigen woorden.


“De donkere kamer van Damokles”

De donkere kamer zou kunnen zijn de plek waar Ossewoud zijn foto’s afdrukt. Maar het zou ook kunnen verwijzen naar de hersenen van Ossewoud/Dorbeck van waaruit we het hele verhaal meemaken.
Damocles was een figuur uit de Griekse Oudheid die tegen Dionysius zei hoe jaloers iedereen was op zijn macht. Waarop Dionysius hem aanbood om een banket te vieren. Eerst genoot Damocles van de aandacht maar toen viel hem op dat hem boven het hoofd een zwaard aan een paardenhaar was gehangen, dat stond voor de bedreiging die iemand die aan de macht is ervaart. Er is ook een spreek woord waar Damokles in voor komt namelijk: “Het zwaard van Damocles hangt hem/haar boven het hoofd".  Het betekent dat er continu een acuut gevaar dreigt.
Het zou dus kunnen betekenen dat in de hersenen van Ossewoud er een continu gevaar dreigt om te veranderen.



Schrijf net zoals Claudia de Breij, zie blz. 3, een lofreden, minimaal 250 woorden, op het boek De donkere kamer van Damokles. Wat raakte jou in dit boek, waarom vond je het zo speciaal? (Je mag ook een polemiek schrijven)


Ik vond het boek zelf wel goed geschreven alhoewel ik het verhaal iets minder interessant vind. Er zijn in het boek heel veel taalkundige technieken gebruikt. Bijvoorbeeld het feit dat het hele boek van uit het perspectief van Ossewoud is geschreven, en dat het veel stukken overslaat. Bij nader inzien denk ik dat dit is om te laten zien dat Ossewoud maar de helft van zijn leven ziet gebeuren, de andere helft gebeurt door Dorbeck.
Er zijn ook veel attributen gebruikt om een logische lijn te behouden in het boek (het is geschreven in chronologische volgorde). Met name pistool, camera en Marianne (alhoewel zij geen object is) komen vaak terug in het verhaal.
De ruimte waar in Ossewoud zich bevindt wordt meestal wel beschreven maar niet met gevoel. Bijvoorbeeld, dat Ossewoud in de cel zich ellendig en vies voelt heeft niets te maken met de cel want die word redelijk neutraal beschreven.
Maar zoals ik al eerder zei vond ik het verhaal minder interessant. Ik vond dat er voor mijn smaak te veel werd vermoord. Ik vind het persoonlijk vervelend als ik niet het hele verhaal weet, al kom je daar in het eind van het boek wel achter. Ik denk echter ook dat dit het idee was van Hermans en hij heeft het goed uitgevoerd.
Mijn conclusie is dat het een goed boek is om te lezen en om mee te leren verhalen schrijven, maar het is niet mijn type boek.


Kaas, Willem Elsschot

Bladzijdes 148
Uitgever Athenaeum-Polak & Van Gennep

Motief 

Het boek Kaas sprak mij aan omdat ik me afvroeg waar het over zou gaan en waarom de auteur deze titel had gekozen. Ook vond ik het leuk dat de twee recensies op de achterkant in het Engels waren. Verder was het handig dat het een redelijk dun boekje is.

Samenvatting 

Het gaat over Frans Laarmans, de verteller. Hij is klerk bij General Marine and Shipbuilding Company. Hij wordt eigen baas dankzij zijn vriend Van Schoonbeke, een vriend van de broer van Laarmans die dokter is.  Hij moet Edammer kaas verkopen in België. Laarmans stopt met name veel tijd in het mooi maken van zijn kantoor en in huren van personeel, die dan op hun beurt de kaas moeten verkopen maar dat kan Laarmans zelf ook doen. Laarmans besteed veel tijd aan redelijk nutteloze bezigheden en weinig tijd aan de verkoop van kaas. Uiteindelijk ziet hij in dat de verkoop van goederen hem niet licht en besluit weer terug te gaan naar General Marine, waar hij een paar weken was ziek gemeld door zijn broer die dokter is. 

 Thema 

Alhoewel het vanzelf sprekend zou zijn is het hoofdthema niet de verkoop van kaas, of een ander soort handel. Naar mijn idee is het verhaal een houvast voor Elsschot om zijn mening te geven over het gedrag dat bij de sociale klassen. Hij legt in Kaas uit waar de mens rond 1930 zijn rangorde op baseert en het gedrag dat n¡bij die rangorde hoort. Dat denk ik omdat in het begin van het boek is Laarmans een simpele klerk die wordt uitgenodigd uit liefdadigheid bij zijn vriend Van Schoonbeke. Hij vind dat de mannen om hem heen over niet interessante onderwerpen praten en weet zelf niet genoeg om er over mee te praten. 
Toen zij daar genoeg van hadden, bespraken zij de moeilijke toestand van de eigenaars. Veel huizen stonden ledig en allen verklaarden dat hun huurders onregelmatig betaalden. Ik wilde protest aantekenen, niet in naam van mijn huurders, want die heb ik niet, maar omdat ikzelf totnogtoe steeds op tijd betaald heb, doch het ging reeds over hun auto's: vier-  en zescylinders, garagetarieven, benzine en smeerolie, zaken waar ik natuurlijk niet over meepraten kan.“ (blz. 30, hfd. 3)  
Ik ben me er van bewust dat de spelling niet helemaal klopt maar in de tijd dat deze versie was uitgegeven was dat de correcte spelling. Zij verwijst naar de vrienden van Van Schoonbeke en met daar wordt bedoeld het vorige gespreksonderwerp namelijk Italië waar Laarmans ook niet over kon mee praten. Als Laarmans zijn eigen bedrijf heeft en kaas handelaar is dan vindt hij ineens dat hij een hele andere rang heeft en dus ook ineens over het onderwerp mag mee praten. 
“Herhaaldelijk werd ik aangekeken, als vroeg er een om mijn goedkeuring, die ik telkens direct gaf, door een meegaand hoofd knikje. Je moet coulant zijn met de mensen, vooral als je koopman bent. Maar om ze niet te doen denken dat ik slechts goed ben om hun geklets telkens te beamen, zei ik toch maar eens 'dat staat te bezien'. Waarop de kerel in kwestie, een die anders geen tegenspraak kon uitstaan, zeer inschikkelijk 'dat spreekt vanzelf' antwoordde, blij dat hij er zo was afgekomen.” (blz. 46, hfd. 5).
 Hier zie je dat Laarmans zich ineens belangrijk voelt en zich voorstelt dat alles en iedereen om hem geeft en om zijn goedkeuring vraagt. Om dat het boek in de eerste persoon is geschreven weet de lezer niet of de mensen om hem heen zich echt anders gedragen of dat Laarmans zich dat verbeeld.

  Karakterbeschrijving 

Het belangrijkste personage uit Kaas is de verteller en ik-persoon, Frans Laarmans. Hij is een simpele klerk bij General Marine en wordt handelaar in kaas. Hierdoor vind hij dat hij een andere status heeft gekregen. Hij zet de nadruk op het uiterlijk van zijn bedrijf en de verkoop van kaas is een bijzaak. Hij zegt bij voor beeld in hoofdstuk 12:  
“Ik heb de hele week druk gezocht naar een tweedehandsbureau en dito schrijfmachine” (blz. 75, hfd. 12) 
Dit wordt gezegd na dat de kaas al gestald is en klaar voor de verkoop, maar er moeten nog klanten gevonden worden, of minimaal gezocht worden. Het enige doel dat Laarmans zou moeten hebben is zo veel mogelijk kaas verkopen zodat ik deze baan kan houden, want Laarmans is een maand op proef. Ik zou zelf eerst de kaas proberen te verkopen en dan als het zeker is dat ik de baan permanent heb, dan zou ik me zorgen maken welk bureau ik het mooist vind en hoe ik een schrijfmachine kan krijgen.
Verder is Laarmans de eerste keer dat hij bij Van Schoonbeke komt niet zij best aan het doen om een goede indruk achter te laten. Hij laat zich erg beïnvloeden door zijn rang. Ik ben zelf net naar een nieuwe school gegaan en doe mijn best om er in te passen, alhoewel ik uit een totaal ander milieu kom. Laarmans verandert zijn gedrag pas als hij een andere rang heeft. 

Taalgebruik

Het taalgebruik in Kaas is erg afhankelijk van de versie die je hebt. Ik was namelijk zo slim geweest om mijn boek op mijn vakantie adres te laten liggen en heb toen een andere versie geleend uit de bibliotheek. Helaas was die versie in een verouderde versie Nederlands en dus moeilijker te lezen. Toen ik mijn versie weer trug had merkte ik dat ik het boek toen veel grappiger vond dan de verouderde versie. 
“Ik vroeg terug wat zij gewoonlijk met Edammers deden.
'Naar de kopers voeren, mijnheer. Geef u ons de adressen maar even op.'
Ik zegde nu dat deze twintig ton nog niet verkocht waren.
'Dan kunnen wij ze opslaan in onze patent kelders,' werd mij geantwoord.” (blz. 67, hfd 10) 
Zij refereert aan het bedrijf waar de kaas gestald zou worden. Zegde is niet een vervoeg fout van mijn maar zo staat het in het boek, ik denk dat het een Vlaamse regel is. In de annotaties achterin het boek staat dat patentkelders kelders van zeer goede kwaliteit zijn. Zoals in dit citaat zichtbaar is, is Kaas op een simpele manier geschreven. Er worden niet zoveel lastige worden gebruikt en worden die moeilijk te begrijpen zijn staan bij de annotaties uitgelegd. Het boek is verdeeld over 24 relatief korte hoofdstukken.
Alle handelingen in het boek zijn in chronologische volgorde. Er is maar op één moment in het boek is er een soort flashback, maar die is in de tegenwoordige tijd geschreven, in hoofdstuk 12 omschrijft Laarmans wat zijn collega’s van General Marine nu aan het doen zijn. De rede dat Elsschot het verhaal in chronologische volgorde heeft geschreven is dat het dan lijkt op een zakelijk verslag. Maar Kaas is vooral heel luchtig en humoristisch geschreven, een symbool voor het weinige aandacht voor de verkoop van kaas.

Stemming

De algemene stemming van het boek is een blijde. Het is grappig hoe schijnbaar dom Laarmans is door zich alleen te richten op het uiterlijk van zijn bedrijf en zijn status. Het is door mij als humoristisch ervaren dat hij één van de langste hoofdstukken uit het boek gebruikt om de naam van het bedrijf te verzinnen terwijl dat zeker niet de belangrijkste zaak is. Zelfs op droevige momenten, bijvoorbeeld de dood van zijn moeder, is grappig omschreven, al op de eerste bladzijde: 
 “Je moet weten dat mijn moeder gestorven is. Een nare geschiedenis natuurlijk, niet allen voor haar maar ook voor mijn zusters, die zich aan haar bijna dood gewaakt hebben” (blz. 19, hfd 1) 
Meestal als iemand gestorven is denk je niet echt aan hoe het voor die persoon gevoeld heeft, maar eerder aan de nabestaanden. Dat doet Laarmans niet. Hij verteld later ook dat hij het lastigste van de dood van zijn moeder vond dat hij niet kon huilen maar dat zijn zusters dat wel deden.
De hoofdgedachte dat ik kreeg is: wat is die Laarmans toch dom! Hij behandelt bijna niks op een handige manier. Vijf dagen voor dat 20 ton kaas verkocht moet worden, bedenkt hij pas dat het misschien handig is om een professional in te schakelen. Wat die professional zegt is dan ook het enige slimme en informatieve uit het boek, op zakelijk gebied.

Moraal

Het moraal van het verhaal is dat je niet mee mag laten slepen om iets te doen wat je niet wil. In hoofdstuk 18 gaat Laarmans nadenken waarom hij eigenlijk de kaashandel is ingegaan. Hij komt er achter dat hij het niet heeft gedaan voor zijn familie, zijn rang, of omdat hij van kaas houd maar omdat hij zich heeft laten meeslepen door Van Schoonbeke. Hij heeft er spijt van dat hij het heeft gedaan maar vind de gevolgen verdient.

Vergelijking met vorige twee boeken


Kaas is een compleet ander boek dan De donkere kamer van Damokles en Bruiloft aan Zee. Kaas is heel luchtig en grappig geschreven en het verhaal is niet spannend omdat de ontknoping al aan het begin wordt verteld; bij de personages staat 
Frans Laarmans, klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company, daarna koopman, daarna weder klerk”. (blz. 17, personages)
De donkere kamer van Damokles heeft veel spanningspunten, bijvoorbeeld toen Osewoudt in de gevangenis zat, en toen hij achtervolgt werd. Bruiloft aan Zee bouwt ook tot een spanningspunt. Het moment dat Rebekka een stukje van het geslachtsdeel van haar oom Mosa afsnijd. Bovendien, vond ik persoonlijk, de andere twee boeken niet zo grappig maar Kaas wel.

Twee vragen


Heb jij je wel eens laten meeslepen in iets waar je eigenlijk geen zin in had?

Wat vind jij het belangrijkst van een bedrijf, het imago, de inhoud of iets anders?