woensdag 3 juli 2013

De donkere kamer van Damokles, Willem Frederik Hermans


Bladzijdes 334
Uitgever Nederland Leest

Vooraf: Schrijf een stukje van ongeveer 10 zinnen waarin je vertelt waar volgens jou De donkere kamer van Damokles over gaat. Let op: Ga niet eerst informatie zoeken over het boek! Zet je stuk op je weblog.


De donkere kamer van Damokles is in 1958 geschreven door Willem Frederik Hermans. Hij is een van de meest gevreesde schrijvers van de Nederlandse literatuur. In het boek "De donkere kamer van Damokles" laat Hermans zien dat de mens probeert om greep op de wereld te krijgen. De personages zien en horen niet wat er werkelijk gebeurt. De personages raken vaak verstrikt in de chaotische werkelijkheid die schuil gaat onder een schijnbare orde. Het verhaal is ogenschijnlijk realistisch. Hierdoor wordt je als lezer mee gezogen in Hermans' wonderlijke en sadistische universum, waarin de mens er niet al te best van af komt.


Zoek informatie over de schrijver Willem Frederik Hermans. Kijk maar eens op: http://www.willemfredenrikhermans.nl. Zet alle bruikbare en interessante informatie op je weblog, let op de bronvermelding. Minimaal één A4.


Willem Frederik Hermans is geboren in 1921 en overleden in 1995. Veel mensen vinden hem een van de belangrijkste Nederlandstalige schrijvers uit de twintigste eeuw. Hij is geboren in een Amsterdams gezin.
Veel van zijn boeken gaan over de Tweede Wereld Oorlog, een reden daarvoor kan zijn dat zijn zus en neef zelfmoord hebben gepleegd naar aanleiding van de inval van de Duitsers in 1940.
Hij schreef in 1947 zijn eerste roman zonder pseudoniem: Conserve.
In 1950  trouwde hij met Emmy Meurs en zij kregen één kind.
Na het gymnasium en een studie fysische geografie aan de universiteit van Amsterdam promoveerde hij in 1955 en was hij lector in Groningen.
In 1973 verliet hij Nederland en vertrok naar Parijs waar hij zich focusde op het schrijversvak. Hij schreef romans zoals De god Denkbaar-Denkbaar de God (1956) en Au pair; novelles onder andere Het behouden huis (1951) en Homme’s hoest; verhalen, gedichten, toneelstukken waaronder Drie drama’s (1966) en Periander (1974), essays onder meer Ik draag geen helm met vederbos (1979) en Wittgenstein (1990) en vertalingen.
Hij won vele prijzen waaronder de Prijs der Nederlandse Letteren (1977). De P.C. Hooftprijs accepteerde hij echter niet.
Hij publiceerde kort na de Tweede Wereld Oorlog poëzie Horror coeli en verhalen Moedwil en misverstand.
Nationale erkenning bracht de roman De donkere kamer van Damokles, waarin de hoofdpersoon in uiterlijk zijn evenbeeld vindt, maar psychologisch zijn ze tegenpolen. De reden om dit te schrijven is misschien dat Hermans zelf een alter ego had en hij dat wilde uiten.
De reden dat Hermans zo een geweldig schrijver is is onder meer omdat hij een groot oeuvre heeft en omdat hij een eigen genre reactiveerde, namelijk de novelle. Met name Het behouden huis (1951) past perfect in dat genre.


Bronnen:         www.wikipedia.nl,


Maak een (serie) foto’s waarmee je reageert op De donkere kamer van Damokles. Schrijf een toelichting (van maximaal een halve A4) waarin je uitlegt waarom deze foto’s aansluiten bij het boek en/of bij de genoemde thema’s: Illusie en werkelijkheid, oorlog, goed en fout, verzet en collaboratie, dubbelganger, held, inspirator.



Foto van Ossewoud die kijkt naar sigaar winkel:
Van deze foto heb ik niets zelf gefotografeerd maat wel alles bewerkt. Het laat zien de sigarenwinkel waar Ossewoud is opgegroeid en toen is gaan werken na dat hij met zijn nicht Ria was getrouwd. Hij keert hier meerdere keren in het boek weer terug.


Foto met de spiegel:
Ik vind dit zelf een hele mooie foto met veel symbolisme. Je ziet de schaduw van Henri Ossewoud uit de film Als twee druppels water die kijkt naar een gebroken spiegel op de grond.
De spiegel is bedoeld als symbool, maar een heel dubbelzinnig symbool. Het zou kunnen staat voor het leven van Henri, breekbaar en gebaseerd om zijn evenbeeld (Dorbeck) trots te maken. Maar aan het eind van het boek zijn we er nog steeds niet achter of Dorbeck wel echt bestaat, hij zou de alter ego van Ossewoud kunnen zijn, net zo als Hermans een alter ego had.
De spiegel zou ook een confrontatie kunnen zijn, want Ossewoud weet van zichzelf dat hij niet mooi is, lelijk zelfs. Ossewoud zou de spiegel kapot gegooid kunnen hebben,
Maar de moeder van Ossewoud zou dat ook hebben kunnen doen, alleen niet omdat ze zich zelf lelijk vindt maar meer omdat ze psychisch gestoord is. Net zo als ze haar man vermoord heeft.


Foto met rood licht:
Je ziet weer de schaduw van Ossewoud uit de film Als twee druppels water maar nu kijkt die naar foto’s die worden afgedrukt met rood licht. Deze foto is minder symbolisch en gaat over hoe Ossewoud zijn held heeft ontmoet. Hij moest een paar foto’s printen voor Dorbeck maar dat was mislukt, dus ging hij zelf foto’s maken en kocht daar voor een camera. Die camera heeft hem een hele tijd achtervolgd en is een aantal keer terug gekomen in het boek.


Foto met twee mensen in de auto:
Dit is een foto uit de film Als twee druppels water, en die heb ik bewerkt. Ik vond dat er een foto moest zijn met Ossewoud en zijn evenbeeld. Helaas kon ik niemand vinden die volwassen was, zonder baard en lelijk (of iemand die met die uitleg op de foto wilde). Ik vind dit een mooie foto want de kijker word niet afgeleid door andere dingen. De focus licht echt op de ontmoeting tussen Ossewoud en Dorbeck.
Het was voor de film producenten een heel gedoe om de zelfde persoon twee keer op camera te krijgen maar dat hebben ze gedaan door een papiertje op de lens te plakken waar door de helft van het beeld weg viel.


Foto met geweer in de hand:
Op de foto is te zien een hand die een geweer vast houdt. Ik heb deze foto van het internet, maar alweer heb ik hem zelf bewerkt. Ook het geweer komt herhaaldelijk terug naar Ossewoud omdat hij het steeds weer bij andere mensen achterlaat maar vaak geeft Dorbeck het dan weer terug. Ik vind dat deze foto, ondanks dat er niet veel opstaat, toch een spanning opbouwt.


Foto collage:
Ik heb in al mijn foto’s bewust Ossewoud in terug gebracht omdat het hele verhaal om hem draait, en alles wat wij weten is ook wat hij weet, ik vond dus dat de foto’s uit het perspectief van Ossewoud gezien moesten worden. Ik heb ook geprobeerd alle foto’s zwart-wit te maken allen met de foto in het rood, ging het allemaal om de kleur.

 

Op p. 319 staat een motto van de filosoof Ludwig Wittgenstein. Leg in eigen woorden uit waarom dit motto goed bij het boek en het thema past.


Het motto is:

‘Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is.
Men zou kunnen willen zeggen: “Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.”
- Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.’

Ik denk dat Wittgenstein de relatie tussen Dorbeck en Ossewoud bedoelt, hij bedoelt een alter ego. Hij bedoelt dat ze soms zomaar komen en dat hij er wel van af zou willen als hij er niet is maar dan kan het niet (regel 1). Met “Men zou kunnen willen zeggen:” begrijp ik dat Wittgenstein vindt dat andere mensen hem niet begrijpen, dat ze zeggen “dan doe je toch gewoon dát” maar dat lukt hem niet en dat begrijpen alleen mensen die zelf ook alter ego’s hebben. Alhoewel ik de derde regel niet helemaal begrijp zal ik hem toch proberen te interpreteren, ik denk dat Wittgenstein denkt dat iedereen een alter-ego heeft maar dat niet iedereen hem kan vinden of kan uiten.

Verklaar de titel van het boek in eigen woorden.


“De donkere kamer van Damokles”

De donkere kamer zou kunnen zijn de plek waar Ossewoud zijn foto’s afdrukt. Maar het zou ook kunnen verwijzen naar de hersenen van Ossewoud/Dorbeck van waaruit we het hele verhaal meemaken.
Damocles was een figuur uit de Griekse Oudheid die tegen Dionysius zei hoe jaloers iedereen was op zijn macht. Waarop Dionysius hem aanbood om een banket te vieren. Eerst genoot Damocles van de aandacht maar toen viel hem op dat hem boven het hoofd een zwaard aan een paardenhaar was gehangen, dat stond voor de bedreiging die iemand die aan de macht is ervaart. Er is ook een spreek woord waar Damokles in voor komt namelijk: “Het zwaard van Damocles hangt hem/haar boven het hoofd".  Het betekent dat er continu een acuut gevaar dreigt.
Het zou dus kunnen betekenen dat in de hersenen van Ossewoud er een continu gevaar dreigt om te veranderen.



Schrijf net zoals Claudia de Breij, zie blz. 3, een lofreden, minimaal 250 woorden, op het boek De donkere kamer van Damokles. Wat raakte jou in dit boek, waarom vond je het zo speciaal? (Je mag ook een polemiek schrijven)


Ik vond het boek zelf wel goed geschreven alhoewel ik het verhaal iets minder interessant vind. Er zijn in het boek heel veel taalkundige technieken gebruikt. Bijvoorbeeld het feit dat het hele boek van uit het perspectief van Ossewoud is geschreven, en dat het veel stukken overslaat. Bij nader inzien denk ik dat dit is om te laten zien dat Ossewoud maar de helft van zijn leven ziet gebeuren, de andere helft gebeurt door Dorbeck.
Er zijn ook veel attributen gebruikt om een logische lijn te behouden in het boek (het is geschreven in chronologische volgorde). Met name pistool, camera en Marianne (alhoewel zij geen object is) komen vaak terug in het verhaal.
De ruimte waar in Ossewoud zich bevindt wordt meestal wel beschreven maar niet met gevoel. Bijvoorbeeld, dat Ossewoud in de cel zich ellendig en vies voelt heeft niets te maken met de cel want die word redelijk neutraal beschreven.
Maar zoals ik al eerder zei vond ik het verhaal minder interessant. Ik vond dat er voor mijn smaak te veel werd vermoord. Ik vind het persoonlijk vervelend als ik niet het hele verhaal weet, al kom je daar in het eind van het boek wel achter. Ik denk echter ook dat dit het idee was van Hermans en hij heeft het goed uitgevoerd.
Mijn conclusie is dat het een goed boek is om te lezen en om mee te leren verhalen schrijven, maar het is niet mijn type boek.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten