Bladzijdes 148
Uitgever Athenaeum-Polak & Van Gennep
Motief
Het boek Kaas sprak mij
aan omdat ik me afvroeg waar het over zou gaan en waarom de auteur deze titel
had gekozen. Ook vond ik het leuk dat de twee recensies op de achterkant in het
Engels waren. Verder was het handig dat het een redelijk dun boekje is.
Samenvatting
Het gaat over Frans
Laarmans, de verteller. Hij is klerk bij General Marine and Shipbuilding
Company. Hij wordt eigen baas dankzij zijn vriend Van Schoonbeke, een vriend van
de broer van Laarmans die dokter is. Hij
moet Edammer kaas verkopen in België. Laarmans stopt met name veel tijd in het
mooi maken van zijn kantoor en in huren van personeel, die dan op hun beurt de
kaas moeten verkopen maar dat kan Laarmans zelf ook doen. Laarmans besteed veel
tijd aan redelijk nutteloze bezigheden en weinig tijd aan de verkoop van kaas.
Uiteindelijk ziet hij in dat de verkoop van goederen hem niet licht en besluit
weer terug te gaan naar General Marine, waar hij een paar weken was ziek gemeld
door zijn broer die dokter is.
Thema
Alhoewel het vanzelf
sprekend zou zijn is het hoofdthema niet de verkoop van kaas, of een ander
soort handel. Naar mijn idee is het verhaal een houvast voor Elsschot om zijn
mening te geven over het gedrag dat bij de sociale klassen. Hij legt in Kaas
uit waar de mens rond 1930 zijn rangorde op baseert en het gedrag dat n¡bij die
rangorde hoort. Dat denk ik omdat in het begin van het boek is Laarmans een
simpele klerk die wordt uitgenodigd uit liefdadigheid bij zijn vriend Van
Schoonbeke. Hij vind dat de mannen om hem heen over niet interessante
onderwerpen praten en weet zelf niet genoeg om er over mee te praten.
“Toen zij daar genoeg van hadden, bespraken zij de moeilijke toestand van de eigenaars. Veel huizen stonden ledig en allen verklaarden dat hun huurders onregelmatig betaalden. Ik wilde protest aantekenen, niet in naam van mijn huurders, want die heb ik niet, maar omdat ikzelf totnogtoe steeds op tijd betaald heb, doch het ging reeds over hun auto's: vier- en zescylinders, garagetarieven, benzine en smeerolie, zaken waar ik natuurlijk niet over meepraten kan.“ (blz. 30, hfd. 3)
Ik ben me er van bewust dat de spelling niet helemaal klopt maar in de tijd dat deze versie was uitgegeven was dat de correcte spelling. Zij verwijst naar de vrienden van Van Schoonbeke en met daar wordt bedoeld het vorige gespreksonderwerp namelijk Italië waar Laarmans ook niet over kon mee praten. Als Laarmans zijn eigen bedrijf heeft en kaas handelaar is dan vindt hij ineens dat hij een hele andere rang heeft en dus ook ineens over het onderwerp mag mee praten.
“Herhaaldelijk werd ik aangekeken, als vroeg er een om mijn goedkeuring, die ik telkens direct gaf, door een meegaand hoofd knikje. Je moet coulant zijn met de mensen, vooral als je koopman bent. Maar om ze niet te doen denken dat ik slechts goed ben om hun geklets telkens te beamen, zei ik toch maar eens 'dat staat te bezien'. Waarop de kerel in kwestie, een die anders geen tegenspraak kon uitstaan, zeer inschikkelijk 'dat spreekt vanzelf' antwoordde, blij dat hij er zo was afgekomen.” (blz. 46, hfd. 5).
Hier zie je dat Laarmans zich ineens belangrijk voelt en zich voorstelt dat alles en iedereen om hem geeft en om zijn goedkeuring vraagt. Om dat het boek in de eerste persoon is geschreven weet de lezer niet of de mensen om hem heen zich echt anders gedragen of dat Laarmans zich dat verbeeld.
“Toen zij daar genoeg van hadden, bespraken zij de moeilijke toestand van de eigenaars. Veel huizen stonden ledig en allen verklaarden dat hun huurders onregelmatig betaalden. Ik wilde protest aantekenen, niet in naam van mijn huurders, want die heb ik niet, maar omdat ikzelf totnogtoe steeds op tijd betaald heb, doch het ging reeds over hun auto's: vier- en zescylinders, garagetarieven, benzine en smeerolie, zaken waar ik natuurlijk niet over meepraten kan.“ (blz. 30, hfd. 3)
Ik ben me er van bewust dat de spelling niet helemaal klopt maar in de tijd dat deze versie was uitgegeven was dat de correcte spelling. Zij verwijst naar de vrienden van Van Schoonbeke en met daar wordt bedoeld het vorige gespreksonderwerp namelijk Italië waar Laarmans ook niet over kon mee praten. Als Laarmans zijn eigen bedrijf heeft en kaas handelaar is dan vindt hij ineens dat hij een hele andere rang heeft en dus ook ineens over het onderwerp mag mee praten.
“Herhaaldelijk werd ik aangekeken, als vroeg er een om mijn goedkeuring, die ik telkens direct gaf, door een meegaand hoofd knikje. Je moet coulant zijn met de mensen, vooral als je koopman bent. Maar om ze niet te doen denken dat ik slechts goed ben om hun geklets telkens te beamen, zei ik toch maar eens 'dat staat te bezien'. Waarop de kerel in kwestie, een die anders geen tegenspraak kon uitstaan, zeer inschikkelijk 'dat spreekt vanzelf' antwoordde, blij dat hij er zo was afgekomen.” (blz. 46, hfd. 5).
Hier zie je dat Laarmans zich ineens belangrijk voelt en zich voorstelt dat alles en iedereen om hem geeft en om zijn goedkeuring vraagt. Om dat het boek in de eerste persoon is geschreven weet de lezer niet of de mensen om hem heen zich echt anders gedragen of dat Laarmans zich dat verbeeld.
Karakterbeschrijving
Het belangrijkste
personage uit Kaas is de verteller en ik-persoon, Frans Laarmans. Hij is een
simpele klerk bij General Marine en wordt handelaar in kaas. Hierdoor vind hij
dat hij een andere status heeft gekregen. Hij zet de nadruk op het uiterlijk
van zijn bedrijf en de verkoop van kaas is een bijzaak. Hij zegt bij voor beeld
in hoofdstuk 12:
“Ik heb de hele week druk gezocht naar een tweedehandsbureau en dito schrijfmachine” (blz. 75, hfd. 12)
Dit wordt gezegd na dat de kaas al gestald is en klaar voor de verkoop, maar er moeten nog klanten gevonden worden, of minimaal gezocht worden. Het enige doel dat Laarmans zou moeten hebben is zo veel mogelijk kaas verkopen zodat ik deze baan kan houden, want Laarmans is een maand op proef. Ik zou zelf eerst de kaas proberen te verkopen en dan als het zeker is dat ik de baan permanent heb, dan zou ik me zorgen maken welk bureau ik het mooist vind en hoe ik een schrijfmachine kan krijgen.
Verder is Laarmans de eerste keer dat hij bij Van Schoonbeke komt niet zij best aan het doen om een goede indruk achter te laten. Hij laat zich erg beïnvloeden door zijn rang. Ik ben zelf net naar een nieuwe school gegaan en doe mijn best om er in te passen, alhoewel ik uit een totaal ander milieu kom. Laarmans verandert zijn gedrag pas als hij een andere rang heeft.
“Ik heb de hele week druk gezocht naar een tweedehandsbureau en dito schrijfmachine” (blz. 75, hfd. 12)
Dit wordt gezegd na dat de kaas al gestald is en klaar voor de verkoop, maar er moeten nog klanten gevonden worden, of minimaal gezocht worden. Het enige doel dat Laarmans zou moeten hebben is zo veel mogelijk kaas verkopen zodat ik deze baan kan houden, want Laarmans is een maand op proef. Ik zou zelf eerst de kaas proberen te verkopen en dan als het zeker is dat ik de baan permanent heb, dan zou ik me zorgen maken welk bureau ik het mooist vind en hoe ik een schrijfmachine kan krijgen.
Verder is Laarmans de eerste keer dat hij bij Van Schoonbeke komt niet zij best aan het doen om een goede indruk achter te laten. Hij laat zich erg beïnvloeden door zijn rang. Ik ben zelf net naar een nieuwe school gegaan en doe mijn best om er in te passen, alhoewel ik uit een totaal ander milieu kom. Laarmans verandert zijn gedrag pas als hij een andere rang heeft.
Taalgebruik
Het taalgebruik in Kaas
is erg afhankelijk van de versie die je hebt. Ik was namelijk zo slim geweest
om mijn boek op mijn vakantie adres te laten liggen en heb toen een andere
versie geleend uit de bibliotheek. Helaas was die versie in een verouderde
versie Nederlands en dus moeilijker te lezen. Toen ik mijn versie weer trug had
merkte ik dat ik het boek toen veel grappiger vond dan de verouderde versie.
“Ik vroeg terug wat zij gewoonlijk met Edammers deden.
'Naar de kopers voeren, mijnheer. Geef u ons de adressen maar even op.'
Ik zegde nu dat deze twintig ton nog niet verkocht waren.
'Dan kunnen wij ze opslaan in onze patent kelders,' werd mij geantwoord.” (blz. 67, hfd 10)
Zij refereert aan het bedrijf waar de kaas gestald zou worden. Zegde is niet een vervoeg fout van mijn maar zo staat het in het boek, ik denk dat het een Vlaamse regel is. In de annotaties achterin het boek staat dat patentkelders kelders van zeer goede kwaliteit zijn. Zoals in dit citaat zichtbaar is, is Kaas op een simpele manier geschreven. Er worden niet zoveel lastige worden gebruikt en worden die moeilijk te begrijpen zijn staan bij de annotaties uitgelegd. Het boek is verdeeld over 24 relatief korte hoofdstukken.
Alle handelingen in het boek zijn in chronologische volgorde. Er is maar op één moment in het boek is er een soort flashback, maar die is in de tegenwoordige tijd geschreven, in hoofdstuk 12 omschrijft Laarmans wat zijn collega’s van General Marine nu aan het doen zijn. De rede dat Elsschot het verhaal in chronologische volgorde heeft geschreven is dat het dan lijkt op een zakelijk verslag. Maar Kaas is vooral heel luchtig en humoristisch geschreven, een symbool voor het weinige aandacht voor de verkoop van kaas.
“Ik vroeg terug wat zij gewoonlijk met Edammers deden.
'Naar de kopers voeren, mijnheer. Geef u ons de adressen maar even op.'
Ik zegde nu dat deze twintig ton nog niet verkocht waren.
'Dan kunnen wij ze opslaan in onze patent kelders,' werd mij geantwoord.” (blz. 67, hfd 10)
Zij refereert aan het bedrijf waar de kaas gestald zou worden. Zegde is niet een vervoeg fout van mijn maar zo staat het in het boek, ik denk dat het een Vlaamse regel is. In de annotaties achterin het boek staat dat patentkelders kelders van zeer goede kwaliteit zijn. Zoals in dit citaat zichtbaar is, is Kaas op een simpele manier geschreven. Er worden niet zoveel lastige worden gebruikt en worden die moeilijk te begrijpen zijn staan bij de annotaties uitgelegd. Het boek is verdeeld over 24 relatief korte hoofdstukken.
Alle handelingen in het boek zijn in chronologische volgorde. Er is maar op één moment in het boek is er een soort flashback, maar die is in de tegenwoordige tijd geschreven, in hoofdstuk 12 omschrijft Laarmans wat zijn collega’s van General Marine nu aan het doen zijn. De rede dat Elsschot het verhaal in chronologische volgorde heeft geschreven is dat het dan lijkt op een zakelijk verslag. Maar Kaas is vooral heel luchtig en humoristisch geschreven, een symbool voor het weinige aandacht voor de verkoop van kaas.
Stemming
De algemene stemming van
het boek is een blijde. Het is grappig hoe schijnbaar dom Laarmans is door zich
alleen te richten op het uiterlijk van zijn bedrijf en zijn status. Het is door
mij als humoristisch ervaren dat hij één van de langste hoofdstukken uit het
boek gebruikt om de naam van het bedrijf te verzinnen terwijl dat zeker niet de
belangrijkste zaak is. Zelfs op droevige momenten, bijvoorbeeld de dood van
zijn moeder, is grappig omschreven, al op de eerste bladzijde:
“Je moet weten dat mijn moeder gestorven is. Een nare geschiedenis natuurlijk, niet allen voor haar maar ook voor mijn zusters, die zich aan haar bijna dood gewaakt hebben” (blz. 19, hfd 1)
Meestal als iemand gestorven is denk je niet echt aan hoe het voor die persoon gevoeld heeft, maar eerder aan de nabestaanden. Dat doet Laarmans niet. Hij verteld later ook dat hij het lastigste van de dood van zijn moeder vond dat hij niet kon huilen maar dat zijn zusters dat wel deden.
De hoofdgedachte dat ik kreeg is: wat is die Laarmans toch dom! Hij behandelt bijna niks op een handige manier. Vijf dagen voor dat 20 ton kaas verkocht moet worden, bedenkt hij pas dat het misschien handig is om een professional in te schakelen. Wat die professional zegt is dan ook het enige slimme en informatieve uit het boek, op zakelijk gebied.
“Je moet weten dat mijn moeder gestorven is. Een nare geschiedenis natuurlijk, niet allen voor haar maar ook voor mijn zusters, die zich aan haar bijna dood gewaakt hebben” (blz. 19, hfd 1)
Meestal als iemand gestorven is denk je niet echt aan hoe het voor die persoon gevoeld heeft, maar eerder aan de nabestaanden. Dat doet Laarmans niet. Hij verteld later ook dat hij het lastigste van de dood van zijn moeder vond dat hij niet kon huilen maar dat zijn zusters dat wel deden.
De hoofdgedachte dat ik kreeg is: wat is die Laarmans toch dom! Hij behandelt bijna niks op een handige manier. Vijf dagen voor dat 20 ton kaas verkocht moet worden, bedenkt hij pas dat het misschien handig is om een professional in te schakelen. Wat die professional zegt is dan ook het enige slimme en informatieve uit het boek, op zakelijk gebied.
Moraal
Het moraal van het
verhaal is dat je niet mee mag laten slepen om iets te doen wat je niet wil. In
hoofdstuk 18 gaat Laarmans nadenken waarom hij eigenlijk de kaashandel is
ingegaan. Hij komt er achter dat hij het niet heeft gedaan voor zijn familie,
zijn rang, of omdat hij van kaas houd maar omdat hij zich heeft laten meeslepen
door Van Schoonbeke. Hij heeft er spijt van dat hij het heeft gedaan maar vind
de gevolgen verdient.
Vergelijking met vorige twee boeken
Kaas is een compleet
ander boek dan De donkere kamer van Damokles en Bruiloft aan Zee. Kaas is heel
luchtig en grappig geschreven en het verhaal is niet spannend omdat de
ontknoping al aan het begin wordt verteld; bij de personages staat
“Frans Laarmans, klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company, daarna koopman, daarna weder klerk”. (blz. 17, personages)
De donkere kamer van Damokles heeft veel spanningspunten, bijvoorbeeld toen Osewoudt in de gevangenis zat, en toen hij achtervolgt werd. Bruiloft aan Zee bouwt ook tot een spanningspunt. Het moment dat Rebekka een stukje van het geslachtsdeel van haar oom Mosa afsnijd. Bovendien, vond ik persoonlijk, de andere twee boeken niet zo grappig maar Kaas wel.
“Frans Laarmans, klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company, daarna koopman, daarna weder klerk”. (blz. 17, personages)
De donkere kamer van Damokles heeft veel spanningspunten, bijvoorbeeld toen Osewoudt in de gevangenis zat, en toen hij achtervolgt werd. Bruiloft aan Zee bouwt ook tot een spanningspunt. Het moment dat Rebekka een stukje van het geslachtsdeel van haar oom Mosa afsnijd. Bovendien, vond ik persoonlijk, de andere twee boeken niet zo grappig maar Kaas wel.
Twee vragen
Heb jij je wel eens laten meeslepen in iets waar je eigenlijk geen zin in
had?
Wat vind jij het belangrijkst van een bedrijf, het imago, de inhoud of iets
anders?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten